Bn PROJECTS - Maison GREGOIRE

Beatrijs ALBERS : TWINS

Twins is een in situ installatie van Beatrijs Albers die speciaal ontworpen werd voor de ruimte van het Maison Grégoire.

Alles begon met een klik, of beter : met een reeks klikken – die waarmee Beatrijs op een welbekende veilingswebsite eigenares werd van een fauteuil uit de jaren ’50, in de stijl van de Italiaan Marco Zanuso, aangeboden tegen een schappelijke prijs.

Het doel van Beatrijs Albers, die uitgenodigd was om deel te nemen aan de tentoonstelling 58t in Brussel-Congres in het kader van het project PARK58 (www.park58.be), was even simpel als radicaal : de fauteuil vernietigen, hem doormidden zagen, en daardoor op performatieve wijze breken met een utilitair symbool uit een vervlogen tijd, zo juist en precies mogelijk, om vervolgens de stukken in een nieuwe configuratie te plaatsen en te fotograferen.

Aan het concrete gebaar kan men verschillende lezingen koppelen, zeker in het bredere reflectiekader dat het project PARK58 bood. Dat nodigde uit tot een reflectie over de utopische, virtuele, mogelijke en symbolische toeëigening van een geschiedenis, van een urbanistische context en omgeving, doorheen de reflectie over en het voorstel voor Parking 58 – een gebouw dat emblematisch is voor een tijdperk, voor een verhouding tot de stad en tot de geschiedenis van Brussel.

In het symbolische gebaar dat door Albers werd gesteld, tekenen zich een hele reeks vragen af : die over onze verhouding tot ons stedelijk erfgoed uit de tweede helft van de twintigste eeuw, dat, hoe recent ook, nu al bedreigd is. En ook die rond vernietiging : een noodzakelijke voorwaarde voor de evolutie van een stad ? Zoja, in welke mate en volgens welke benadering ? Gebeurt de monumentalisatie, de symbolische en materiële herevaluatie van een gebanaliseerd element uit onze dagelijkse omgeving door een extern standpunt in te nemen, door te kijken doorheen het prisma van wat ‘heroïsch’ en ‘romantisch’ is – het kijkperspectief van de ander, de toerist ?

In navolging van het project PARK58 / 58t, waarin de tijd en de inzet die nodig waren om tot de realisatie ervan te komen zeker getuigen van de vitaliteit van een dynamische culturele context, maar ook van het vaak beklemmende keurslijf waarin de aanwezige energieën al te vaak worden gedrongen – het project zocht hiervoor een uitweg, een nieuwe bestemming –, kan ook Twins ons iets vertellen over Brussel, en ons aanspreken door de nauwelijks verholen allusie op de evolutie en toekomst van ons ‘samen leven’.

In bredere zin zijn deze vragen ook te lezen als metaforen van het creatieve gebaar, van de dynamiek van de poièsis. Destructie in dienst van de reconstructie en herconfiguratie van mogelijkheden, van multipele mogelijkheden, is trouwens een terugkerend concept in het oeuvre van Beatrijs Albers. Net als de metafoor van de blik van de ander als blik van de kunstenaar, die een gegeven vorm of concept vernietigt en verandert om te komen tot een parthenogenese van multipele combinatiemogelijkheden.

Het overbrengen van het project naar het Maison Grégoire biedt nieuwe wendingen en resonanties. Want hoewel dit modernistische gebouw ouder is dan het object dat als basis heeft gediend van de sculpturale voorstellen, draagt het op intrinsieke wijze gelijkaardige vragen in zich over de overlevering van vormen en volumes, het doorgeven en het opnieuw activeren van een erfenis en een herinnering – al was het maar op de erg letterlijke manier van het multipele en polymorfe gebruik dat men van het gebouw maakt (als residentiële woning, als kantoor, als presentatieplaats van artistieke projecten).

Doordat de ‘getranssubstantialiseerde’ fauteuil, het ‘tot sculptuur en structuur geworden meubelobject’ opnieuw een plaats krijgt in een interieur, komt het vraagstuk bovendrijven van de scheppende afwijking die aan de grondslag ligt van het kunstwerk, en verschijnt tegelijk de ambivalentie van de noties van de binnenkant (het ‘interieure’) en de buitenkant (het ‘exterieure’) van het werk.

Het format van een tentoonstelling laat toe om de dynamiek van combineren verder te zetten die in Brussel-Congres was ingezet door één enkele foto. Deze keer worden niet minder dan 10 ‘sculpturale toestanden’ van de doorgezaagde fauteuil gepresenteerd als afzonderlijke formaties, waardoor Beatrijs Albers haar fascinatie voor het object als voortbrenger van verschillende vormen de vrije loop kan laten.

Versterkt door de variaties in hun formaat en presentatie, vormen de foto’s even zovele activaties van de potentialiteit in het gebaar en het object. Een accesoire, een banaal deken van ruwe grijze stof ontvouwt bijvoorbeeld een dialectisch spel van onthullen en verhullen van de sculpturale vorm, en legt op die manier bijkomende betekenissen bloot. De video – tegelijk bruut, frontaal en vertrouwelijk – over de destructie van de fauteuil en de creatie van het artistieke object vormt het contrapunt van de presentatie van de foto’s.

Doordat het object nieuw leven in wordt geblazen door het simpele feit van zijn vernietiging, of eerder : van het scheiden van zijn delen, waardoor het naar een ander functioneel en semantisch veld wordt getransponeerd, doet Twins ons denken aan de organische dualiteit van de geboorte en de ontwikkeling van een lichaam door het simpele scheiden en ontdubbelen van zijn delen.
Of nog : het aanvaarden van de vervreemding, het verlies van de eigen integriteit, van een vaste en eenduidige identiteit, om de uitdaging aan te gaan van een multipliciteit die polymorf, polysemisch en even a- als polyfunctioneel is.

Met de Steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie


Vernissage op 25 April 2009, 19u.
De tentoonstelling is te bezichtigen elke zaterdag van 14 tot 18u., vanaf
26/9/2009 tot 31/10/2009

Twins , une installation in situ spécialement conçue par Beatrijs Albers.

Tout a commencé par un click, ou, plutôt, par une série de clicks, ceux par lesquels Beatrijs s’est, sur un site d’enchères bien connu, portée acquéreuse d’un fauteuil des années 50 dans le style de Marco Zanuso, offert à un prix raisonnable.

Il fallait que ce le fût, car l’objectif de Beatrijs Albers, conviée à participer à l’exposition de 58t à Bruxelles-Congrès dans le cadre du projet PARK58 (www.park58.be), était aussi simple que radical : détruire le fauteuil, le couper en deux, performer la coupure d’un symbole utilitaire d’une époque révolue de façon aussi juste et précise que possible et en reconfigurer les morceaux, pour ensuite les photographier.

Au-delà de la lettre du geste, on pressent des entrées de lecture et de symbolisation multiples, en accord avec le cadre large de réflexion qui était proposé par PARK58 : la réflexion sur la réappropriation utopique, virtuelle ou possible, mais déjà symbolique d’une histoire et d’un environnement urbains au travers d’une réflexion et d’une proposition sur un bâtiment emblématique d’une époque, d’un rapport à l’urbanité et de l’histoire d’une ville, Bruxelles...

Dans le geste de translation symbolique posé par Albers se dessinent d’emblée toute une série de questions : celle de notre rapport à notre héritage patrimonial et à notre culture urbaine, qui, quoique récents, ne s’en trouvent pas moins menacés.
Celle de la destruction aussi, comme nécessité dans l’évolution d’une ville ? Dans quelle mesure et suivant quelle approche ?
En d’autres termes, la “monumentalisation”, la réévaluation symbolique et matérielle d’une élément banalisé de notre quotidien passe-t-elle par l’adoption d’un point de vue extérieur, par celle du prisme perspectif “héroïque” et “romantique” qui serait celui de l’autre, du touriste ?

A l’instar du projet fondateur PARK 58 / 58T , Twins peut aussi nous parler de Bruxelles, nous interpeller par des allusions à peine voilées au devenir de notre vivre ensemble.

Au-delà, et élargies, ces questions se posent comme autant de métaphores du geste créatif, de la dynamique de la poïesis.
La destruction pour la reconstruction et la reconfiguration des possibles, de multiples possibles, est d’ailleurs l’une des constantes récurrentes qui traversent l’oeuvre de Beatrijs Albers.
Tout comme la métaphore du regard de l’autre qui serait le regard de l’artiste détruisant altérant une forme ou un concept donnés pour arriver à une parthénogénèse de multiples combinatoires.

La translation de l’idée initiale à la Maison Grégoire offre de nouvelles involutions et résonances au projet : Car si l’édifice moderniste est antérieur à l’objet qui a servi de base aux propositions sculpturales, il porte en lui de façon intrinsèque des interrogations similaires sur la transmission des formes et des volumes, sur la transmission et la réactivation d’un héritage et d’une mémoire, ne fût-ce déjà, de façon tout à fait littérale, par l’utilisation multiple qui en est faite (habitation résidentielle, bureau, lieu de présentation de projets artistiques).

Ramener le fauteuil transsubstantialisé, l’objet mobilier devenu sculpture et structure” dans un intérieur fait ressortir la question du détournement fondateur de l’oeuvre d’art en même temps qu’il souligne l’ambivalence liminale des notions d’intérieur et d’extérieur de la pièce.

Le format “exposition” permet de prolonger la dynamique combinatoire qui était initiée à Congrès par le choix d’un seul et unique cliché.
Ici ce ne sont pas moins de 12 “états sculpturaux” du fauteuil qui sont présentées sous des formes distinctes, permettant à la fascination de l’artiste pour l’objet producteur de formes multiples de trouver libre cours.

Amplifiées par les variations de format et de présentation, les clichés se déclinent comme autant de réactivations du possible du geste et de l’objet.
Un accessoire, une couverture banale de coton gris et brut permet en outre l’éventail d’un jeu dialectique d’occultation et de révélation de la forme sculpturale, porteur de sens supplémentaire..
La vidéo, à la fois très brute, frontale et confidentielle de la destruction du fauteuil / création de l’objet artistique accompagne en contrepoint la présentation des clichés.

Revitalisé du fait de sa simple destruction, ou plutôt d’une division de ses parties qui le transpose dans un autre champ fonctionnel et sémantique, Twins nous renvoie aussi de façon explicite à la dualité organique de la naissance et du développement d’un corps par la simple division, le simple dédoublement de ses parties. Tout se passe comme si le spectateur était aussi en quelque sorte invité à accepter l’idée de l’aliénation, de la perte de l’intégrité, d’une identité figée et univoque pour faire le pari d’une multiplicité polymorphe, polysémique et, indifféremment, a- ou poly-fonctionnelle.

Avec le soutien de la Vlaamse Gemeenschapscommissie


Vernissage le 25 septembre 2009, 19h.
Exposition ouverte les samedi de 14 à 18h., du 26/9/2009 au 31/10/2009

L’Observatoire-Maison Grégoire
292 Dieweg
B 1180 Bruxelles
www.maisongregoire.be
observatoiregalerie@hotmail.com